In Doe Het Zelf Financieel Advies maak je een compleet financieel plan. Dit bevat al je bezittingen, schulden, inkomsten, uitgaven en de relevante leven verzekeringen. Om deze gegevens in je plan te verwerken gebruik je in eerste instantie je DigiD. Deze haalt ongeveer 70% van al je financiële bezittingen op. De rest kun je toevoegen door kaartjes aan te maken. Hier tref je en korte omschrijving van ieder kaartje dat je kunt aanmaken. Klik op het plusje om de uitleg van de kaartjes in de betreffende categorie te zien.
Inkomen
- WERK INKOMEN
- Directeur Groot Aandeelhouder (DGA)
- Je bent eigenaar van een bv en werkt daar zelf. Je krijgt loon en soms dividend uit je eigen bedrijf.
- Freelancer
- Je werkt voor verschillende opdrachtgevers zonder vast dienstverband. Je wordt per uur of per opdracht betaald.
- Loondienst
- Je hebt een werkgever en een arbeidsovereenkomst. Je krijgt loon en de werkgever houdt belasting en premies in.
- Ondernemer (o.a. ZZP)
- Je hebt een eigen bedrijf en zoekt zelf klanten. Je regelt zelf belasting en verzekeringen.
- WAO uitkering
- Uitkering voor mensen die vóór 2006 arbeidsongeschikt zijn geworden en niet meer volledig kunnen werken.
- WIA uitkering
- Uitkering voor mensen die na 2006 langdurig ziek of arbeidsongeschikt zijn en minder of niet kunnen werken.
- WW uitkering
- Tijdelijke uitkering als je je baan verliest buiten jouw schuld en aan de voorwaarden voldoet.
- Wajong uitkering
- Uitkering voor mensen die al op jonge leeftijd een ziekte of beperking hebben waardoor werken lastig of niet mogelijk is.
- OVERIG INKOMEN
- Inkomen dat niet direct uit werk komt, maar wel meetelt voor de belasting.
- Alimentatie
- Geld dat je na een scheiding ontvangt voor het levensonderhoud van je ex-partner of kinderen.
- Alimentatie in natura
- Geen geld, maar hulp of goederen als alimentatie, zoals boodschappen doen of huur betalen.
- Fiscale bijtelling
- Bedrag dat de Belastingdienst bij je inkomen optelt omdat je iets van je werk ook privé gebruikt, bijvoorbeeld een auto.
- Gouden handdruk
- Eenmalige ontslagvergoeding die je van je werkgever krijgt als je vertrekt of wordt ontslagen.
- Inkomen uit aanmerkelijk belang
- Inkomen uit aandelen in een bv waarvan je minstens vijf procent bezit, zoals dividend of winst bij verkoop.
- Inkomen uit terbeschikkingstelling
- Inkomen als je privébezittingen, zoals een pand of geld, aan je eigen bv verhuurt of uitleent.
- Kinderalimentatie
- Geld dat je na een scheiding ontvangt voor kosten van je kinderen, zoals eten, kleding en school.
- Overig belastbaar inkomen
- Inkomen waarover je belasting betaalt dat niet in een andere duidelijke categorie valt.
- Overig belastingvrij inkomen
- Inkomen waarover je geen belasting hoeft te betalen, binnen de regels van de Belastingdienst.
- Toeslag
- Geld van de overheid als bijdrage in kosten, zoals huur, zorgverzekering of kinderopvang. De hoogte hangt af van inkomen en vermogen.
- PENSIOEN
- Partnerpensioen
- Pensioen dat je krijgt als je partner is overleden en die hiervoor verzekerd was in de pensioenregeling.
- Pensioenrekening (PPI)
- Persoonlijke pensioenrekening waarop geld wordt gestort en belegd voor extra pensioeninkomen later.
- Premie-overeenkomst
- Met de nieuwe pensioenwet is dit de standaard. Pensioenregeling waarbij ieder jaar een premie wordt ingelegd. Hoe hoog je pensioen wordt, hangt af van rendement en hoe lang je leeft.
- Uitkeringsovereenkomst (vervalt WTP)
- Oud type pensioen waarbij de hoogte van de uitkering was afgesproken. Dit wordt vervangen door het nieuwe pensioenstelsel.
Uitgaven
- DIVERSE UITGAVEN
- Aftrekbare giften
- Giften aan erkende goede doelen en instellingen die je onder voorwaarden mag aftrekken in de belasting. Bij de berekening van de te betalen belastingen wordt hier dan rekening mee gehouden
- Aftrekpost eigen woning
- Verzamelnaam voor kosten van je eigen woning die je mag aftrekken, zoals hypotheekrente en bepaalde bijkomende kosten.
- Betaalde alimentatie
- Alimentatie voor je ex-partner die jij betaalt. Deze kan soms aftrekbaar zijn.
- Betaalde kinderalimentatie
- Alimentatie die je betaalt voor je kinderen. Deze is meestal niet aftrekbaar, maar telt wel mee bij je uitgaven.
- Diverse aftrekbare uitgaven
- Andere uitgaven die je van je inkomen mag aftrekken, zoals bepaalde zorgkosten of studiekosten.
- Diverse donaties
- Giften en schenkingen die niet standaard onder aftrekbare giften vallen, maar wel bij je uitgaven horen.
- Diverse niet aftrekbare uitgaven
- Uitgaven die je doet, maar die je niet mag aftrekken van je inkomen voor de belasting.
- Eenmalige aftrekbare kosten eigen woning
- Kosten rond je hypotheek of woning die je maar één keer maakt, zoals advies-, notaris- of taxatiekosten bij het afsluiten van een nieuwe hypotheek.
- Erfpacht
- Vergoeding die je betaalt om grond van iemand anders te gebruiken. Dit kan jaarlijks zijn of eenmalig afgekocht.
- Fiscale aftrekpost
- Algemeen kaartje voor het opvoeren van uitgaven die je mag aftrekken zodat je minder belasting betaalt.
- Huur
- Bedrag dat je per maand betaalt om in een woning of ruimte van iemand anders te wonen.
- Persoonsgebonden aftrek
- Uitgaven die sterk met jouw persoonlijke situatie te maken hebben en die je mag aftrekken, zoals sommige zorgkosten, giften en alimentatie.
- Reisaftrek
- Aftrek voor reiskosten met het openbaar vervoer voor woon-werkverkeer, als je aan bepaalde voorwaarden voldoet.
- Studie
- Kosten voor opleiding of scholing. Soms aftrekbaar als ze gericht zijn op je werk of beroep.
Bezittingen
- ONROERENDE ZAAK
- Onroerende zaak
- Specifieke woning of pand dat je invoert in je overzicht, met de daarbij horende waarde.
- BANKREKENINGEN
- Geld dat je op verschillende rekeningen bij banken hebt staan.
- Betaalrekening
- Rekening die je gebruikt voor dagelijkse betalingen, bijvoorbeeld via pin of automatische incasso.
- Deposito
- Spaarvorm waarbij je je geld voor een vaste periode vastzet tegen een afgesproken rente.
- Spaarrekening
- Rekening waarop je geld spaart en rente ontvangt, zonder vaste looptijd.
- Spaarrekening Eigen Woning
- Spaarrekening die speciaal gekoppeld is aan je hypotheek of eigen woning, met fiscale regels.
- Vordering
- Geld dat iemand anders nog aan jou moet terugbetalen, zoals een uitgeleende som geld.
- BELEGGINGEN
- Aandelen
- Deel van een bedrijf dat je bezit. Je kunt koerswinst en soms dividend ontvangen.
- Bancaire lijfrente opbouw
- Spaar- of beleggingsrekening bij een bank waarop je geld inlegt voor extra inkomen na je pensioen.
- Bancaire lijfrente uitkering
- Lijfrenterekening waarvan je periodieke uitkeringen ontvangt als extra inkomen.
- Belegging
- Algemene belegging, bijvoorbeeld in een mixfonds of ander product dat niet apart genoemd is.
- Belegging in durfkapitaal
- Belegging in jonge of risicovolle bedrijven, met kans op hoge winst maar ook op verlies.
- Belegging via Finner
- Belegging die je via het platform Finner hebt afgesloten of beheert.
- Beleggingsfonds
- Fonds dat geld van veel beleggers bundelt en belegt in verschillende aandelen of obligaties.
- Beleggingsrecht Eigen Woning
- Product waarbij je belegt om later je hypotheek (deels) af te lossen, met aparte fiscale regels.
- Groenfonds
- Beleggingsfonds dat investeert in duurzame of groene projecten en soms belastingvoordeel geeft.
- Obligaties
- Leningen aan overheden of bedrijven waarvoor je rente ontvangt en je inleg op einddatum terugkrijgt.
- DIVERSE BEZITTINGEN
- Antiek
- Oude en vaak waardevolle meubelen of voorwerpen die je bezit.
- Auto
- Personenauto die op jouw naam staat, met een geschatte marktwaarde.
- Boot
- Vaartuig dat je bezit, zoals een zeilboot of motorboot.
- Electronica
- Duurdere elektronische apparaten, zoals tv, computer of audio-installatie.
- Juwelen
- Sieraden van waarde, bijvoorbeeld gouden ringen of horloges.
- Kunst
- Schilderijen, beelden of andere kunstwerken die waarde vertegenwoordigen.
- Motor
- Motorfiets die je bezit, met een geschatte marktwaarde.
Schulden
- HYPOTHEEK
- Aflossingsvrije hypotheek
- Hypotheek waarbij je tijdens de looptijd niet aflost. Je betaalt alleen rente, de schuld blijft staan.
- Annuiteitenhypotheek
- Hypotheek waarbij je elke maand een vast bedrag betaalt. Het deel rente daalt, het deel aflossing stijgt.
- Beleggingsrecht eigenwoning (BEW) hypotheek
- Hypotheek waarbij je in een beleggingsproduct opbouwt om later de schuld af te lossen.
- Beleggingsrekening hypotheek
- Hypotheek gekoppeld aan een beleggingsrekening waarmee je vermogen opbouwt voor aflossing.
- Beleggingsverzekering hypotheek
- Hypotheek gekoppeld aan een beleggingsverzekering die later (een deel van) de schuld aflost.
- Krediethypotheek
- Hypotheek met een kredietvorm waarbij je tot een maximaal bedrag kunt opnemen, vaak met variabele rente.
- Lineaire hypotheek
- Hypotheek waarbij je elke maand een vast bedrag aan aflossing betaalt. De rente daalt in de tijd.
- Overbruggingskrediet
- Tijdelijke lening om de periode te overbruggen tussen aankoop van een nieuw huis en verkoop van je oude huis.
- Spaarrekening eigenwoning (SEW) hypotheek
- Hypotheek gekoppeld aan een SEW-spaarrekening waarmee je gegarandeerd spaart voor aflossing.
- Spaarrekening hypotheek
- Hypotheek gekoppeld aan een gewone spaarrekening waarmee je vermogen opbouwt voor aflossing.
- Spaarverzekering hypotheek
- Hypotheek gekoppeld aan een spaarverzekering die op de einddatum uitkeert om de schuld af te lossen.
- Starterslening
- Extra lening voor starters op de woningmarkt, vaak met tijdelijk lagere maandlasten.
- Traditioneel leven hypotheek
- Oud type hypotheek gekoppeld aan een levensverzekering waarin je spaart of belegt voor aflossing.
- LENING
- Aflossingsvrije lening
- Lening waarbij je tijdens de looptijd niet aflost. De schuld blijft staan tot het einde.
- Annuïtaire lening
- Lening waarbij je per maand een vast bedrag betaalt met zowel rente als aflossing.
- Doorlopend krediet
- Krediet waarbij je tot een limiet geld kunt opnemen en aflossen. De rente is meestal variabel.
- Lineaire lening
- Lening waarbij je elke periode een vast bedrag aflost. Je rentelasten worden lager in de tijd.
- Private lease (OA)
- Constructie waarbij je een auto leaset als particulier. Je betaalt een vast maandbedrag en de leasemaatschappij blijft eigenaar.
- Rekening Courant – directie
- Schuld van jou aan je eigen bv of andersom, doordat je geld opneemt of stort via de directierekening.
- Studielening
- Lening voor studie of opleiding, bijvoorbeeld bij DUO, die je later terugbetaalt.
Verzekeringen
- AO VERZEKERINGEN
- Arbeidsongeschiktheidsverzekering
- Verzekering die een maandelijkse uitkering geeft als je door ziekte of ongeval niet meer (volledig) kunt werken.
- WIA Excedent verzekering
- Extra verzekering boven op de WIA-uitkering van het UWV, om inkomensverlies verder op te vangen.
- WIA verzekering
- Verzekering die je inkomen aanvult als je een WIA-uitkering krijgt en daardoor minder verdient.
- Woonlastenverzekering
- Verzekering die (een deel van) je hypotheek of huur betaalt als je arbeidsongeschikt wordt of je baan verliest.
- LEVENSVERZEKERINGEN
- Verzekeringen die uitkeren bij overlijden of op een afgesproken datum, vaak gekoppeld aan hypotheek of sparen.
- ANW verzekering
- Verzekering die een uitkering geeft aan je partner als jij overlijdt, als aanvulling op of vervanging van de ANW van de overheid.
- Overlijdensrisicoverzekering
- Verzekering die een bedrag uitkeert als je overlijdt binnen de looptijd. Vaak gebruikt om een hypotheek of schuld af te lossen.
- Spaar of beleggingsverzekering
- Verzekering waarmee je via sparen of beleggen een bedrag opbouwt dat op einddatum of bij overlijden wordt uitgekeerd.
- OVERIGE VERZEKERINGEN
- Lijfrente opbouw en uitkering
- Verzekering of rekening waarop je inlegt voor extra inkomen na je pensioen. Later ontvang je periodieke uitkeringen.
